Realistisch zijn betekent dat je de werkelijkheid zo nauwkeurig mogelijk aanschouwt. Nu hebben we het eerder gehad over het onder controle hebben van je gedachtes, gevoelens en emoties. Dat is een voorwaarde om realistisch te kunnen aanschouwen.

‘The pessimist complains about the wind; the optimist expects it to change; the realist adjusts the sails.’ – William A. Ward 

Als je je niet bewust bent van alles wat er binnen in je omgaat, ben je altijd subjectief. Iemand zegt iets en in plaats van de feiten te bekijken koppel je er direct positieve of negatieve gevoelens aan. Daardoor sla je door naar optimisme of pessimisme. Zonde, want aan beide heb je geen fluit. Het is leuk dat de optimist vrolijk in het leven staat, maar hij houdt zichzelf voor de gek. Het is vervelend dat de pessimist altijd het slechte ziet in dingen, maar ook hij houdt zichzelf voor de gek. Je kunt jezelf niet meer serieus nemen, omdat je je optimisme of pessimisme niet kunt leven. Het is een illusie, een hoop, een geloof. Het is destructief, zelfs al lijkt optimisme positief.

Realistisch vanuit de optimist en de pessimist

Nu denkt de optimist misschien: wat een pessimistisch stukje. En de pessimist: dat is waarschijnlijk te positief. Bekijk het vanuit de volgende situatie:

Hans rijdt met een gangetje van 80 zijn auto vol in de sloot. Na een aantal minuten wordt hij wakker uit zijn bewusteloosheid. Hij voelt zijn benen niet meer. Hij ziet dat er rook onder de motorkap vandaan komt. Hans raakt licht in paniek. Hij probeert het portier open te duwen, maar krijgt dit niet voor elkaar.

Op dat moment komen Peter en Ingrid aangespurt. Peter tikt de autoruit in met een flinke klap en vraagt direct hoe het Hans vergaat. Hans zegt dat hij zijn benen niet meer voelt en dat hij vastzit. Ingrid belt de ambulance en de brandweer. Ondertussen breekt er een vlammenzee uit onder de motorkap.

Peter zegt tegen Hans dat hij zich geen zorgen hoeft te maken. ‘We halen je hieruit. Beloofd!’ Ingrid is wat benauwder, maar beaamt dat ze er alles aan doet om Hans eruit te krijgen.

Wat doet de pessimist en wat doet de optimist?

Stel dat Peter een optimist is en Ingrid een pessimist. Wat gaat er dan gebeuren? Heel eerlijk: het maakt geen verschil. Het doet er niet toe. Peter zou kunnen zeggen dat Hans waarschijnlijk slapende benen heeft, aan fijne dingen moet denken, of dat de vlammen onder de motorkap wel meevallen. Ingrid zou eerder roepen dat ze moeten opschieten omdat de auto elk moment kan ontploffen, of dat gevoelloosheid in de benen waarschijnlijk betekent dat Hans een verlamming heeft opgelopen.

Al deze informatie is niet nuttig. De optimist zal misschien zorgen voor een ontspannen sfeer, de pessimist voor paniek. Maar als ze alle drie vanuit realistisch perspectief kijken, hebben ze gewoon te doen wat nodig is. Zorg dat Hans uit de auto komt, ondanks risico voor letsel. Hij moet in een veilige situatie komen en de hulpdiensten moeten geregeld worden.

Zo kun je iedere situatie beschouwen: neem waar wat er feitelijk is gebeurd. Bepaal wat nodig is en neem actie. Ga er geen optimistisch of pessimistisch verhaal aan koppelen. Dat is onzin. Doe gewoon wat gedaan moet worden.

Durf optimisme en pessimisme los te laten en neem waar wat er feitelijk gebeurt. Zonder de invloed van gedachtes, gevoelens en emoties.

Krachtige leiders zijn realistisch. Ze kijken naar de feitelijke situatie. Ze negeren de verwachtingen en doen gewoon wat nodig is.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *